Caribisch Netwerk

Inhoud syndiceren
Caribisch Netwerk
Bijgewerkt: 35 min 34 sec geleden

Horecazaken Curaçao hard geraakt: drooglegging voor iedereen, behalve resorts en toeristen

4 december 2020 - 11:11am

WILLEMSTAD – “De horecasector wordt hard geraakt met de invoering van de nieuwe maatregelen”, zegt Egon Sybrandy, zakelijk directeur van de Curaçao Restaurant Association (CRA). Volgens hem ontstaat er oneerlijke concurrentie met hotel-restaurants die wel alcohol mogen schenken en ’s avonds open mogen blijven voor toeristen.

Tekst gaat verder onder de video

Door Kim Hendriksen

“Waarom zouden toeristen nu nog naar onze restaurants komen als ze op het resort alcohol mogen drinken en langer kunnen blijven zitten?” Volgens Sybrandy is de maatregel ‘heel zuur’, omdat er onderscheidt gemaakt wordt tussen verschillende ondernemingen. “Het voelt oneerlijk, waarom zij wel en wij niet? Ik denk dat de overheid daar echt een fout maakt.”

Volgens de directeur zijn de restaurants al hard getroffen door het terugdraaien van de avondklok, door de truk’i pan’s (lokale foodtrucks) die nu dezelfde openingstijden hebben als restaurants maar veel minder vaste lasten hebben. Nu moeten restaurants ook omzet missen, doordat er geen alcohol geschonken mag worden.

‘Waarom onderscheid?’
“Dat doet echt pijn, maar we blijven in gesprek met de overheid. Het laatste wat we willen doen is dreigen of schreeuwen, maar hoe kan het dat er onderscheidt gemaakt wordt tussen de verschillende ondernemingen en er uitzondering gemaakt wordt voor bepaalde groepen?”, vraagt Sybrandy zich af.

Volgende fase maatregelen

Op maandag 1 december heeft de overheid van Curaçao besloten naar aanleiding van het stijgende aantal Covid-positieven om nieuwe maatregelen in te voeren. Curaçao is hiermee officieel naar de volgende fase gegaan. Deze fase houdt in dat er op het eiland van 1 tot en met 21 december geen alcohol meer geschonken mag worden. In supermarkten mag nog wel alcohol verkocht worden maar dit mag uitsluitend thuis gedronken worden. Huisfeesten daarentegen zijn verboden.

Verder worden casino’s gesloten, restaurants zonder buitenterras ook en moeten bars, strandclubs, snèks en cafés om 5 uur dicht en mogen zij alleen eten bezorgen en laten afhalen.

De avondklok geldt nog steeds van 9 uur ’s avonds, waarbij restaurants en truk’i pans om 8 uur de deur moeten sluiten, tot half 5 in de ochtend.

Minister van Economische Zaken, Steven Martina, was niet bereikbaar. Het isn iet duidelijk of de overheid de horecabranche coronasteun kan of gaat bieden.

D66-kandidaat Wuite: ‘We moeten de trend veranderen dat alles op Sint-Maarten negatief is’

3 december 2020 - 8:32pm

PHILIPSBURG – Jorien Wuite, voormalig gevolmachtigd minister en doorgewinterd ambtenaar, schrijft geschiedenis als eerste kandidaat uit Sint-Maarten die meedoet aan de Tweede Kamerverkiezingen in Nederland volgend jaar. Welke agenda ondersteunt ze en wat moet er voor het eiland zelf bereikt worden? En hoe zit het met het herstel na Irma, corona en de toekomst.

“Er zijn polariserende bewegingen in de wereld, maar de jongere generatie maakt deel uit van een inspirerende beweging die hoop brengt. De tendens om het Caribische eiland af te schilderen als alles wat negatief is, is zeer zorgwekkend, en dat is een trend die we moeten veranderen.”

Ze gelooft dat dat kan met het leiderschap van D66. Wuite staat op nummer 19 op de lijst van 65 kandidaten. Ze werkt nu nog als strategisch adviseur bij het ministerie van Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport.

‘Nog altijd onbegrip in Nederlands onderwijssysteem’

In het Nederlandse onderwijssysteem en andere vitale sectoren in relatie tot de eilanden in het Koninkrijk is er volgens haar ook nog altijd onbegrip. Ze legt uit dat democratie pas in de jaren vijftig met de invoering van de stemrecht kwam en dat elk Nederland-Caribisch eiland hierdoor een proces en ontwikkeling moet doorgaan.

Nederland moet gaan functioneren als een echte partner en vermijden dat eenzijdige druk wordt uitgeoefend die de andere partij tot eisen dwingt, is haar stellige mening. Maar ook: “Caribische eilanden bagatelliseren en richten zich niet voldoende op het belang van Koninkrijksrelaties. Alleen als het nodig is, maar niet als een consequente inspanning.” Ze benadrukt de noodzaak van open en eerlijke gesprekken en verwelkomt een rondetafelconferentie om de toekomst van het Koninkrijk te bespreken.

“Of er in de komende 10 of 20 jaar een toekomst is voor het Koninkrijk der Nederlanden valt nog te bezien.” Ze gelooft dat het aan de mensen is om hun gedeelde visie op het Koninkrijk te bepalen. Ondanks de moeilijkheden waarmee de eilanden de afgelopen 10 jaar te kampen hebben gehad, erkent ze dat de democratie dichter bij huis is. Voortdurende betrokkenheid en evaluatie van het proces moet worden ontwikkeld en verrijkt, merkt Wuite op.

‘Instellen Coho naast Wereldbank maken zaken mogelijk erger’

Wuite sluit af met haar ervaring bij de Wereldbank. In de tijd dat ze secretaris-generaal was, was ze ‘geen voorstander’ van de keuze om gebruik te maken van deze multinationale organisatie. Ze begreep echter dat het in een tijd was dat het wantrouwen tussen beide partijen (Sint-Maarten en Nederland) ongekend hoog was en Nederland deel uitmaakt van de internationale verbanden die de Wereldbank steunen.

De instantie zorgde volgens haar echter voor ‘complicerende en vertragende factoren’. Wuite vindt ook dat de regeringswisselingen op Sint-Maarten voor een terugslag zorgden en hebben geleid tot ‘cruciale vertragingen, inconsistenties en geen gedeeld idee van wat de prioriteit zou moeten zijn’. Ze hoopt dat ze nu wel reageren op de sociale nood op het eiland.

Wuite geeft niet veel commentaar op de Caribische hervormingsentiteit (Coho) aangezien de onderhandelingen tussen Nederland en Sint-Maarten nog gaande zijn. Maar ze zegt wel dat het instellen van Coho naast de Wereldbank ‘de zaken mogelijk erger zou maken’. Ze vindt dat partijen voor eerlijke resultaten moeten zorgen en de vijandigheid die in het verleden is ontstaan, moeten verminderen.

Inburgering als kunst: de absurditeit om als Venezolaan te integreren op Aruba

2 december 2020 - 9:30pm

ORANJESTAD – “Inburgeren op Aruba is behoorlijk absurd. Je moet voldoen aan regels die niet eens van hier zijn, maar van Nederland. En als je het hebt over de Arubaanse cultuur; met kerst eten ze hier traditioneel ayaca. Dat gerecht komt uit Venezuela.”

Tekst gaat verder onder de video

Door Sharina Henriquez

Nelson González is een kunstenaar, geboren in Venezuela en inmiddels 17 jaar op Aruba. Hij is getrouwd met een Arubaanse en heeft vier kinderen. “Haar familie was heel blij dat ik van buiten kwam. Want op het eiland is bijna iedereen aan elkaar verwant.”

Door die omarming van zijn Arubaanse familie maar tegelijkertijd zijn (vaak negatieve) ervaringen als Venezolaan op het eiland die samenhangen met de situatie in zijn geboorteland, bedacht González een nieuwe kunstmethode: inburgering als kunst en kunst als inburgering.

Mét succes, want na jaren ploeteren om op het eiland fondsen te krijgen voor zijn werk, kreeg hij die wel van Nederland. Hij heeft hierdoor werk geëxposeerd in onder meer Cuba, Santo Domingo, Nederland en zelfs Zuid-Korea. “Ik vertegenwoordig Aruba dus in het buitenland, maar zonder hun bijdrage want die krijg ik uit Nederland. Maar voor de Arubaanse immigratiemedewerker laatst ben ik wel weer een Venezolaan.”

Expositie in Zuid-Korea van het project ‘Between Two Waters’

Toenemende discriminatie
De kunstenaar verwijst naar zijn meest recente ervaring met wat hij opnieuw ziet als bewijs van toenemende discriminatie op het eiland tegen Venezolanen. “Ik zou voor zaken naar Miami vliegen. Amerika laat mij toe want ik heb een zakenvisum. Bovendien heeft Amerika net als meer dan 60 landen in de wereld een afspraak dat Venezolanen ook met verlopen paspoorten binnen mogen.”

Venezuela heeft immers twee regeringen en voor Venezolanen in het buitenland is het door de situatie heel moeilijk om hun paspoort verlengd te krijgen. González: “Ik was op de luchthaven al door de Amerikaanse immigratie (Aruba heeft een pre-clearancesysteem voor Amerika), en had een stempel in mijn paspoort van de Arubaanse immigratie. Maar toen weigerde de Arubaanse immigratiemedewerker mij alsnog te laten vertrekken.”

‘Venezolanen zijn de laagste laag op Aruba’

Hij is al weken bezig om bij de Arubaanse overheid opheldering te krijgen. Justitieminister Andin Bikker laat weten dat als Venezolanen een geldige verblijfsvergunning hebben, hun identiteit bekend is, en toegelaten worden bij het land van bestemming, zij ook met een verlopen paspoort bij terugkomst weer toegelaten worden op Aruba. Of dit nu bij González fout is gegaan, daar wordt door justitie echter alleen vage antwoorden op gegeven.

“Venezolanen zijn nu de laagste laag in de Arubaanse samenleving. We zijn goed voor sex, goedkoop werk dat niemand wil doen, werk dat vervolgens niet wordt uitbetaald. Ik zeg dit niet als xenofoob; mijn kinderen zijn half Arubaans en door mijn Arubaanse familie heb ik mij ook als kunstenaar verder kunnen ontwikkelen. Maar het is jammer dat de waarde van Venezolanen als mens en individu wordt bepaald door de politieke en economische situatie.”

González heeft wel hoop: “Ik weet zeker dat als het in Venezuela weer goed gaat zoals het 35 jaar geleden was, die waardering er weer gaat komen.”